U bevindt zich hier: Home

Monumenten

Ontdek historisch Elburg

Het bijna 800 jaar oude Hanzestadje kan bogen op de grootste ‘monumentendichtheid’ van Nederland, met maar liefst 294 rijksmonumenten op een vierkante kilometer. Vele monumenten in Elburg die het jaar door niet geopend zijn, kunt u in de zomermaanden wel  bezoeken. U kunt de toren beklimmen, afdalen in de kazematten, een kijkje in de Vischpoort nemen, een bezoek brengen aan het muurhuisje of de visafslag bezoeken. Gedurende een stadswandeling of havenwandeling zult u een groot aantal gebouwen zien die u terugnemen naar lang vervlogen tijden. 

Wat is er te doen?

ELBURG

Grote- of St. Nicolaaskerk

In 1397 gaf de bisschop van Utrecht toestemming om in het toen nieuw gebouwde stadje Elburg een parochiekerk te bouwen. De kerk werd in de noordoostelijke hoek van de stad in gotische stijl gebouwd. De bouw was klaar in de vijftiende eeuw. Het is een driebeukige pseudobasiliek met gemetselde kruisribgewelven. Sinds omstreeks 1580 is de kerk in protestantse handen. Van voor de Reformatie dateren het eikenhouten koorhek en twee koorbanken. De kerk werd gewijd aan de heilige Sint-Nicolaas, de schutspatroon van de zeelieden en vissers. De toren bestaat uit een sokkel met daarboven drie geledingen, die aan elke zijde drie uitsparingen heeft in spitse bogen. Er staat geen spits op de toren. Deze ging verloren bij een blikseminslag in 1693. Geldgebrek heeft voorkomen dat de spits ooit weer werd herbouwd. Het orgel van de kerk werd in 1825 gebouwd door Heinrich Quellhorst. Sinds 1974 is er bovendien een koororgel. In de jaren 1971 tot 1975 werd de kerk grondig gerestaureerd. Tijdens deze restauratie kwamen enkele bijzondere muurschilderingen (fresco’s) onder de kalklagen te voorschijn. De geelkoperen kronen in de middenbeuk dateren uit de zeventiende eeuw. Nadat Elburg in 1956 was afgesloten van open vaarwater, schonk visserman Wichert Jansen een model van de botter EB 32 aan de kerkvoogdij. Dit bottertje hangt aan de zuidelijke muur van het middenschip, als symbool van de betekenis van de visserij voor Elburg.

Vischpoort en Kazematten 

Vroeger was de Vischpoort een verdedigingstoren, maar in 1592 is er een poort van gemaakt en deze is tot op heden bewaard gebleven omdat de grote lantaarn in de vorige eeuw diende als kustlantaarn. Vanaf het balkon heeft u een prachtig vergezicht over Elburg. De Kazematten behoren tot de oudste nog bestaande kanonkelders in Nederland. Zij maakten deel uit van de verdedigingswerken van het stadje Elburg. In 1396 was Elburg een versterkte stad van 250 bij 415 meter. Het geheel was omgeven door een relatief hoge, maar dunne muur. In deze muur bevonden zich rondelen en verdedigingstorens: de Visscherstoren - Schuttoren - Kruittoren - Ronde toren en het Hoge Soerel. De stad had vier toegangspoorten, namelijk de Goorpoort, de Mheenpoort, het Oostpoortje en het Heilige Geestpoortje. De muren waren wel hoog maar niet bijzonder dik. Zij boden wel een goede bescherming tegen projectielen die door blijden en katapulten richting stad werden geslingerd. Maar zoals het tegenwoordig is was het ook toen al: de techniek stond niet stil. Het buskruit was inmiddels uitgevonden en na 1400 begint de opmars van de kanonnen. Aanvankelijk bestond de munitie uit stenen kogels, maar al snel ging men over op ijzeren projectielen. Kortom, de muren waren niet meer bestand tegen dit "moderne" wapentuig. Men besloot rondom de aarden wallen op te werpen (1e helft 16e eeuw).  In deze wallen werden bunkers gebouwd, de zogenaamde Kazematten, waarin men vuurgeschut plaatste. Een natte gracht voltooide het geheel. Maar nog was men niet geheel tevreden. Tussen 1580 en 1590 werden, onder leiding van Diederik van Sonooy, extra versterkingen gebouwd op de vier hoeken van de wallen. In 1592 bezocht Prins Maurits de stad en bezichtigde de verdedigingswerken. Het geleverde werk kon zijn goedkeuring wegdragen en hij noemde één en ander "een byzonder maexel".  De verdediging was dus aangepast aan alle eisen van de toenmalige tijd en daarom kon van de Visscherstoren, tot 1592 een verdedigingstoren, een poort gemaakt worden. Men noemde deze poort "de Vischpoort". In het midden van de 19e eeuw werden poorten en verdedigingstorens het slachtoffer van de sloperswoede van onze voorouders. Ook het grootste gedeelte van de muren moest het ontgelden. Gelukkig bleef de Vischpoort gespaard en diende in de 19de eeuw als kustlicht. Vanaf het balkon heeft u een prachtig vergezicht over Vesting Elburg met zijn rechthoekige stratenplan. In de zomervakantie zullen de Vischpoort en de Kazematten te bezoeken zijn. Beleef de historie van Elburg! Entreeprijs is € 1,00. Bezoekt u ook Museum Elburg, dan kunt u gratis de Vischpoort en de Kazematten bezoeken. Kijk voor de juiste openingstijden op www.museumelburg.nl

Muurhuisje

Het muurhuisje, tegenover het museum aan de Zuiderwalstraat, wordt in de zomermaanden bemand door vrijwilligers van het museum. Tineke van Geest zorgt voor de aankleding en bemanning van dit unieke huisje.De hertog van Gelre bepaalde in 1392 dat binnen een mijl van de stad Elburg niet mocht worden gebouwd. Aan het eind van de 18e eeuw woonde een groot deel van de bevolking buiten de muren. Het aantal mensen dat binnen de muren een onderkomen had, was in het begin van de 20e eeuw drie keer zo groot als bij de stichting van de stad. Om deze hoeveelheid mensen te kunnen bergen werden de binnengrachten gedempt en bebouwd en was men bezig nieuwe woonmogelijkheden te creëren. Binnentuinen verdwenen en muurhuisjes verrezen. De muren deden allang geen dienst meer en konden op deze manier nog gebruikt worden om allerlei optrekjes stevigheid te verlenen. Hier huisden de armen van de stad, soms met grote gezinnen. Zij voerden dagelijks strijd om hun bestaan. In 1773 stichtte Maria Herms Courage een fonds. Zij bepaalde dat jaarlijks tweederde uit de opbrengst van de landerijen werd toebedeeld aan de armen van Elburg tijdens de wintermaanden. Veel muurhuisjes en panden in Elburg zijn met behulp van het geld gerestaureerd. Vroeger waren de woonomstandigheden veel slechter dan tegenwoordig. Een toilet was er niet, hiervoor werd gebruik gemaakt van een emmer in een kist met deksel, de zogenaamde “kakdoos”. De inhoud van de emmertjes werd tweemaal per week opgehaald door de “Karreman”. Een kraan was er ook niet. Water moest men halen bij de pomp. Om licht te hebben brandde men een kaars of had men een olielampje.

Visafslag Elburg

De oorspronkelijke visafslag bij de haven van Elburg is als museum ingericht. Naast verschillende voorwerpen als netten, manden, touwen etc. wordt aan de hand van tekstborden een overzicht gegeven van de visserijgeschiedenis van Elburg. Een groep enthousiaste vrijwilligers brak de voormalige visafslag in de zomer van 1986 af en restaureerde in de daaropvolgende winter het oude gebouw grondig. In het bijzijn van een aantal oud-vissers en voormalige kooplui werd op 11 september 1987 de visafslag heropend. Na een afwezigheid van bijna dertig jaar was de voormalige visafslag terug in Elburg. Het gebouwtje is in de zomermaanden geopend voor bezoekers. Bijzonder zijn de afmijnklok, de bel, de banken en het kantoortje van de directeur. Door middel van attributen, tekstborden en foto’s wordt een overzicht gegeven van het visserijverleden van Elburg. Openingstijden van de voormalige visafslag: * vanaf de eerste dinsdag in juli tot de tweede zaterdag in september * dinsdag tot en met zaterdag * 14.00 uur – 17.00 uur * gratis entree (een vrijwillige gift wordt zeer op prijs gesteld!) Buiten deze openingstijden kunnen rondleidingen worden verzorgd. Naast een uiteenzetting over het visserijverleden van Elburg wordt de afmijnklok gedemonstreerd.

Arent thoe Boecophuis

Rentmeester Arent thoe Boecop kreeg in 1393 opdracht van Willem van Gullik, de hertog van Gelre en graaf van Zutphen, om naast het ontwerpen van een nieuwe stad tevens een verblijf te bouwen voor de hertog. Het nieuwe stadskasteel was waarschijnlijk het eerste stenen gebouw van Elburg. Toen de bouw gereed was en de hertog de stad bezocht (1396) schonk hij het kasteel aan Arent thoe Boecop. Arent thoe Boecop kon er niet lang van genieten want hij stierf in 1397. Zijn zoon erfde het kasteel en verkocht het op 7 maart 1400 aan de stad Elburg voor 1800 Gelderse guldens, waarna het kasteel dienst deed als stadhuis.In het midden van de 15e eeuw werd nog een vleugel aangebouwd, die omstreeks het jaar 1550 weer werd uitgebreid. In de 16e eeuw werd aan de achterkant van het gebouw een aanbouw geplaatst. Daarna zijn er nog diverse aanpassingen en verbouwingen geweest. Het meest ingrijpende in de 18e eeuw want toen werd het raadhuis en de naastgelegen woning tot één geheel gemaakt. Ook de bijgebouwen in de vorm van schuren en politiecellen aan de achterkant zijn verwijderd, waardoor de binnenplaats meer authentiek oogt. In de jaren zestig liet architect C.W. Rooyaards de 18e eeuwse gevel verwijderen. De 18e eeuwse ramen bleven intact en ook het rococo balkon met de twee schilddragers. Het kasteel is tot 1954 in gebruik geweest als stadhuis. Vanaf 2014 is hier het Nationaal Orgelmuseum gevestigd. Geopend elke dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur. In juli en augustus ook op de maandag geopend.

Het Gruithuis

Gruit is een verzamelnaam voor kruiden die gebruikt werden om smaak aan het middeleeuwse bier te geven. Gagel werd het meest gebruikt. Het groeit vooral op moerassige plaatsen. Deze onontgonnen gronden waren eigendom van de landsheer. De landsheer verpachtte zijn recht van gruit aan een leenman. Voor Elburg was dit Pelgrim van Putten. Rond 1350 ontdekte men dat door het gebruik van hop het bier niet alleen beter smaakte maar ook langer houdbaar bleef. Hop werd ingevoerd vanuit zuidelijke streken. Om indruk te maken bouwde Pelgrim van Putten rond 1400 een stenen gruithuis om bierkruiden te verhandelen en gelden te innen van al het bier dat in Elburg werd gebrouwen. Er zijn allerlei aanwijzingen dat in het Gruithuis ook bier gebrouwen is. Na enkele jaren werd het huis verkocht en in de loop der tijd voor allerlei doeleinden gebruikt; het langst als stadsboerderij. Het Gruithuis wordt nu gebruikt als verenigingsgebouw voor de Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop.

Agnietenklooster

U kunt de voormalige kloosterpanden bezoeken, inclusief de bijzondere, middeleeuwse dubbelkapel. Vanaf de kloostertuin heeft u een prachtig uitzicht op het klooster. In de eerste helft van de vijftiende eeuw werd aan de Jufferenstraat een vrouwenklooster gebouwd. Dit Godshuis werd gewijd aan de Heilige Agnes, patroonheilige van de in clausuur levende zusters. De zusters leefden naar de derde regel van Franciscus van Assisi. Het kloostercomplex vond een voorlopige voltooiing in 1475 na de bouw van een dubbelkapel. De kapel van het Agnietenklooster bestaat uit twee verdiepingen. De gewone burger kon in de benedenkapel de diensten bijwonen. De Susteren (nonnen) woonden de dienst bij op de bovenkapel, zodat zij geen contact  met de gewone burger konden maken. Het aantal nonnen groeide vanaf de vijftiende eeuw gestaag en ook vrouwen van gegoede komaf gingen in het Agnietenklooster wonen. Ze bleven zo goed als onzichtbaar voor de buitenwereld en verrichtten in stilte hun arbeid door te bidden, te lezen en te luisteren naar de mis. Ook hielden ze zich bezig met handwerk. Vanaf het jaar 1580 was dit allemaal verleden tijd. In Elburg was de invloed van de Reformatie zo sterk dat het klooster in handen kwam van het stadsbestuur. De laatste dertien nonnen werden uit het klooster gezet. Lange tijd had het kloostercomplex verschillende functies. Het gebouw diende onder andere als pakhuis, azijnfabriek, school en stadsgehoorzaal. Ook kwamen er in en bij het gebouw woningen. In de periode 1954 tot 1985 deed het gebouw dienst als stadhuis en daarna werd het een museum. Nu is hier nog steeds Museum Elburg en het VVV agentschap gevestigd. Museum Elburg heeft een uitgebreide collectie voorwerpen over de geschiedenis van Elburg en haar omgeving. Belangrijke deelcollecties zijn stadsverdediging, rechtspraak, J.H. van Kinsbergen, zilver en visserij. Naast de vaste collectie zijn er jaarlijks enkele wisseltentoonstellingen te zien over uiteenlopende (kunst)historische onderwerpen. 

Museum Elburg is geopend elke dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur. In de maanden juli en augustus ook op maandag geopend!

Korenmolen De Tijd

De voorganger van de huidige molen werd in 1840 gebouwd en is in 1853 door brand verwoest. In 1854 liet Jan Willem Spijkerboer op de restanten van de verbrande molen de huidige molen bouwen. Deze achtkantige stellingmolen werd gebruikt voor het malen van graan.Na de oorlog stapt men over op het malen met een hamermolen met elektromotor en dus werd de windmolen vanaf 1953 niet meer voor het bedrijf gebruikt. In 1964 werd de molen overgenomen door de zonen Jan en Jacob Zoet. Vanwege de slechte staat waarin de molen toen verkeerde, vroegen zij een sloopvergunning aan. Gelukkig ging de sloop niet door en volgde in 1966 een restauratie, uitgevoerd door H. de Ruiter uit Elspeet. Helaas heeft de molen daarna nog maar een paar jaar op vrijwillige basis kunnen draaien. Door nieuwe mankementen kwam de molen weer stil te staan. In 1984 werden de neven Henk en Hendrik Zoet eigenaar van de in slechte staat verkerende molen. Eind 1984 volgde een nieuwe restauratie. Als op zaterdag de vlag uithangt heet de vrijwillige molenaar Martin van Til u hartelijk welkom tussen 11.30 en 15.30 uur. Wanneer de wind waait, draaien de wieken en wordt er op ambachtelijke wijze gemalen. De molenaar vertelt u er alles over. Voor kinderen zijn er lekkere eigengebakken koekjes. Op afspraak geeft de molenaar speciaal demonstraties voor groepen.

Touwslagerij Deetman

Touwslagerij Deetman biedt u de kans het verleden in actie te zien in een modern bedrijf. De touwslagerij van de gebroeders Deetman heeft een lange interessante geschiedenis. Verre voorvader Steven Beerends Diekman verhuisde rond 1725 van Hattem naar Elburg en oefende volgens het “Burgerboek” het vak van touwslager uit. De naam Diekman is in de loop der tijd verbasterd tot Deetman, maar touwslagers zijn ze altijd gebleven. De huidige locatie net buiten de wal bij de Vischpoort werd in 1745 in gebruik genomen. De lijnbaan tussen de Vischpoort en het Neerlands Bergje is al die tijd in gebruik gebleven. De visserij was grootafnemer van de touwslagerij. Garens werden tot touwen en lijnen geslagen. Hiervan werden netten, scheepstrossen, kabelaring en tuigage gemaakt. Ook boeren en handelaren namen touw af van de touwslagerij. Er zijn geen gegidste rondleidingen; u ziet echt het bedrijf in actie. En mocht u vragen hebben, stel ze gerust want voor u neemt de touwslager altijd de tijd om uw vraag te beantwoorden en uitleg te geven.