U bevindt zich hier: Home

Over Elburg en omgeving

Hoe Elburg aan zijn naam komt is niet helemaal zeker. De een zegt dat het gebied waarop men de eerste huizen bouwde de El, Elle of Eyl heette. De ander beweert dat het plaatsje zijn naam dankt aan een riviertje dat zich als een slingerend beekje (elle) of aal (el) een weg door het gehuchtje baande. Zeker weten zullen we het nooit. Van deze eerste nederzetting is nagenoeg niets bekend. Pas in het jaar 796 wordt Doornspijk, en het bijbehorende Elburg, voor het eerst in de boeken vermeld.

Ergens in de 11e eeuw bouwde men, genoodzaakt door de verwoestende werking van het water en de aanvallen van vijanden, een eerste vesting. Een hoger gelegen stuk land werd als woonplaats in gebruik genomen en beschermd door een aarden wal met daarbinnen een versterking van palen en gevlochten hout. Het houten raamwerk werd met leem bestreken. Een poort met valbrug verschafte de bewoners toegang en moest ongewenste lieden buiten sluiten. Binnen was men veilig, althans dat dacht men.  

Water als vriend en vijand 

Nederlanders zijn door de eeuwen heen beziggehouden door het omringende water. De Elburgers weten er alles van.

De zee was voor hen niet alleen een belangrijke bron van voedsel, ze vormde ten tijde van storm en zwaar weer ook een serieuze bedreiging. De oude burcht bood de bevolking vaak onvoldoende bescherming. 

Moe van alle wateroverlast besloot men landinwaarts een geheel nieuwe stad te bouwen. Hiervoor werd een geheel nieuw plan uitgezet. Een deel van de oude stad werd erin opgenomen. Zo bleven het stadhuis en het Heilige Geest gasthuis bewaard. Rentmeester Arend Thoe Boecop bouwde een stad met een rechthoekige plattegrond. Er wordt wel gedacht dat Elburg ooit een grenspost van de Romeinen was. Dat zou mogelijk de keuze voor een vierkante plattegrond verklaren. Een Romeins legerkamp was namelijk ook vierkant en volgens een soort dambordpatroon ingericht. Het is echter nooit bewezen dat de Romeinen ooit in Elburg een legerplaats hadden. 

De verhuizing van de stad Elburg duurde slechts vier jaar. In 1396 was de bouw voltooid. Eén ding ontbrak echter, een kerk. De oude kerk was buiten de muren komen staan en pas in 1397 gaf bisschop Frederik van Blankenheim toestemming om een nieuwe kerk te bouwen. Meestal is een stad rondom een kerk gebouwd en staat deze dus in het centrum. In Elburg staat de kerk in de hoek omdat alleen daar nog plaats was op het moment dat de kerk verplaatst mocht worden. 

Elburg als Hanzestad 

De Hanze was een verbond van handelaars om gezamenlijk handel te drijven en elkaar te helpen en beschermen tijdens de vaak gevaarlijke handelsreizen. 

Dit verhoogde de veiligheid van mens en handelswaar aanzienlijk. Veel steden kenden zulke groepen kooplieden, soms wel vijf per stad. Uiteindelijk gingen de steden een organisatieverband aan die bekend staat als de Hanze. Op het hoogtepunt waren zo'n 150 steden lid. De belangrijkste Nederlandse Hanzesteden lagen langs de IJssel: Zutphen, Doesburg, Deventer, Zwolle, Kampen. Ook Elburg stond sinds 1367 vermeld als Hanzestad. De Hanze zijn van de 13e tot de 18e eeuw van betekenis voor de handel. 

In de veertiende eeuw was Elburg de tweede Hanzestad van Gelderland. De handel bloeide en daarmee ging de welvaart ook omhoog. Alleen een welvarende stad kan het zich permitteren om in zijn geheel te verhuizen als het water te opdringerig wordt.

 

Botters Hijs de zeilen! 

Een botter is een houten zeilschip (platbodem) en werd vroeger voor de visvangst op de Zuiderzee gebruikt. Nu gebruikt men ze voor pleziervaart op de meren. De botter staat symbool voor de visvangst op de Zuiderzee. 
 

De schepen waren uitgerust met een 'bun'. Dat is een opslagplaats voor vis, zo gemaakt dat via gaatjes in de scheepswand steeds vers water kan toestromen, waardoor de vis langer kan worden bewaard. Vis is niet zo lang houdbaar en er werden dus slimme trucjes bedacht om het vers te houden. 

De zeilen van een botter zijn bruin omdat ze zijn bewerkt met een kleurstof die het doek beschermt tegen weersinvloeden. Op de voorkant van het schip staan letters en cijfers bijvoorbeeld EB 24, dat wil zeggen Elburger Botter nummer 24. Sinds de wet van 1822 was men verplicht, zo'n aanduiding aan te brengen, in verband met de belastingregistratie. Voorheen hadden de schepen gewoon een leuke naam.

OLDEBROEK

Oldebroek is een plaats en gemeente in de provincie Gelderland, Nederland. De gemeente telt 22.765 inwoners. Overige kernen zijn Bovenveen, Eekt, Hattemerbroek, Kerkdorp, 't Loo, Mullegen, Noordeinde, Oosterwolde, Posthoorn, Voskuil, Wezep en Trutjeshoek.

Wezep is een esdorp aan de rand van de Veluwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Wezep is als dorp grotendeels na de Tweede Wereldoorlog ontstaan. Het dorp telt 13.680 inwoners en is daarmee een van de grotere plaatsen in de regio. Het behoort tot de Gelderse gemeente Oldebroek, hoewel het gelijknamige dorp Oldebroek met 6.860 inwoners beduidend kleiner is.   

In de omgeving van Wezep liggen enkele militaire kazernes. Ook is er ruimte voor recreatie, zoals tennisbanen (WTC), voetbalclub WHC, volleybalvereniging DROST/VZK-Wezep en een zwembad. Er zijn twee muziekverenigingen, "Christelijke muziekvereniging De Eendracht" en de 'Van Limburg Stirum Korpsen'. Het dorp heeft een centrum met verschillende drogisterijen, winkels en supermarkten. Verder heeft Wezep ook diverse industrieterreinen. CêlaVíta en Friki zijn bekende producten die in Wezep vervaardigd worden.